Conrad's Premie 2005

Thema: Medische Technologie

Conrad’s premie 2005 is toegekend aan Dr. G. Rakhorst. Hij heeft niet alleen in teamverband veel gepubliceerd over (bio)medische technologie, maar ook op succesvolle wijze wetenschappelijke vindingen weten om te zetten in levensreddende, industriële toepassingen. Het betreft medisch-technologische innovaties met een groot patiëntenbelang. Hij heeft dit gedaan met grote persoonlijke inzet en met veel risico. Rakhorst heeft door zijn positie en persoonlijkheid zeer stimulerend gewerkt naar een grote groep onderzoekers uit verschillende disciplines, niet alleen binnen de Rijksuniversiteit Groningen, maar ook binnen andere groepen. Dit betekent dat hij voor de verbreiding van technische wetenschappen’ van grote betekenis is.

Dr. G. Rakhorst verruilde in 1988 zijn dierenartsenpraktijk voor een baan als stafmedewerker bij het Centrum voor BioMedische Technologie van de Faculteit der Geneeskunde te Groningen. Geïnspireerd door prof.dr. W.J. Kolff, uitvinder van de kunstnier, initieerde hij een multidisciplinaire onderzoeksgroep die zich toelegde op onderzoek naar ontwikkeling van kunstorganen. Hiermee creëerde hij een voor Nederland unieke kern van technici, inclusief de benodigde faciliteiten, in een academische, medische setting.

Om de door het team ontworpen apparatuur klinisch toegepast te krijgen zijn door dr. Rakhorst twee bedrijven gestart: Intra-Vasc NL bv en Organs Assist BV i.o.. Deze spin-offs vormen een belangrijke schakel op het gebied van kennistransfer tussen universiteit en de multinationals. Binnen de spin-offs worden prototypes van universitair onderzoek onder kwaliteitszorg ontwikkeld tot een CE gecertificeerd product. Zijn internationale activiteiten op het gebied van kunstorgaanonderzoek hebben er toe geleid dat hij in 2004 benoemd werd tot President van de European Society of Artificial Organs.

De specifieke interesse van de heer Rakhorst gaat uit naar de ontwikkeling van circulatieondersteunende apparatuur waarmee organen zoals hart, lever en nieren tijdelijk in het lichaam mechanisch ondersteund kunnen worden. Daarnaast plaats hij de bloedpomptechnologie in een breder kader en ontwikkelde hij, in nauwe samenwerking met de transplantatiechirurgen, nieuwe pomptechnieken waarmee donororganen in-situ geconditioneerd- en na uitname mechanisch hypotherm gepreserveerd kunnen worden. Hiermee kunnen te transplanteren organen langer en beter bewaard worden, waardoor de beschikbare pool aan donororganen groter wordt.

Binnen de sectie BME-Artificial Organs, waar dr. Rakhorst in deeltijd werkzaam is, wordt thans naast circulatieondersteuning ook onderzoek naar de ontwikkeling van stemvormende protheses t.b.v. gelaryngectomeerden en naar orthopedische toepassingen van biomaterialen verricht. Met de integratie van zijn onderzoeksgroep in de disciplinegroep Biomaterialen werd het kunstorgaanonderzoek verbreed met optische en biochemische diagnostische technieken waarmee orgaanfuncties geëvalueerd kunnen worden. Hiermee wordt inzicht verkregen in de fysiologie van gezonde en pathologisch en mechanisch ondersteunende organen.

Jury

prof. dr. J.H. Kingma (voorzitter) Inspecteur-Generaal voor de Gezondheidszorg
prof. dr. G.P. Vooijs Wetenschappelijk directeur onderzoeksinstituut der technische geneeskunde, Universiteit Twente
prof. dr. J. Greve Emeritus hoogleraar, Universiteit Twente
A.W. van den Hout Directeur, KITTZ
prof. mr. dr. B.A.J.M. de Mol Hoofd Cardio-thoracale Chirurgie, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam
prof. dr. ir. C.A. Grimbergen Hoogleraar Biomedical Engineering, Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam, TU Delft
prof. dr. ir. H.J. Busscher Universiteit Groningen, wetenschappelijk directeur Biomedical engineering, Materials Science and Application, Groningen
J. Kraus Clustercoördinator medische technologie, Inspectie voor de Gezondheidszorg