Het enthousiaste verhaal van mentor Eveline de Jongh

Eveline de Jongh (30) is voorzitter van Young KIVI NIRIA Engineers (YKE) en werkt voor Corus bij de afdeling Site Facilities als stafmedewerker. In het studiejaar 1994/1995 deed haar school voor het eerst mee aan het project Jong Ondernemen. Naast haar studie technische bedrijfskunde op de HTS Groningen kreeg Eveline via het project van JO™ de kans om binnen haar mini-onderneming ‘Sound-Keeper’ praktijkervaring op te doen. Eerst als assistent personeelsmanager en later als manager personeelszaken. Ook begeleidde ze als mentor een tweetal projecten van JO™. Het afgelopen jaar hielp ze de Nederlandse winnaars van het studentenbedrijf ‘Motifive’ op weg naar de tweede plaats in de Europese finale.

Waarom vind jij Jong Ondernemen zo’n goed initiatief?
“Door mijn werk als voorzitter van YKE zie ik ieder jaar weer dat techniekstudenten regelmatig met dijken van producten komen. Het maakt niet uit of dat nu op MBO- HBO- of WO-niveau is. Je ziet alleen vaak dat ze moeite hebben om zo’n product te verkopen, hoe innovatief het ook is. Als bijvoorbeeld HTS’-ers dan al tijdens hun opleiding ervaring kunnen opdoen met het ondernemerschap en op die manier meer leren over de verkoop- en marketingkant, is dat natuurlijk een enorme pré voor hun verdere carrière.”

Hoe kwam je met Jong Ondernemen in aanraking?
“Tijdens de eerste weken van mijn studie kreeg ik de mogelijkheid om gedurende een jaar mee te doen aan het eerste JO™-project waarmee ik vervolgens vrijstelling kreeg voor het vak economie. Inmiddels is het project een verplicht vak geworden. Het leek me een leuke ervaring dus meldde ik me aan. Met achttien collega-studenten moesten we om te beginnen een eigen startkapitaal bij elkaar brengen. Via ouders, vrienden en familie moest iedereen tien aandelen à vijfentwintig gulden zien te verkopen. Dat lukte me gelukkig prima. Het ging me zelfs zo goed af, dat ik ook voor andere deelnemers aandelen wist te verkopen. Ook moest er een managementteam worden samengesteld.

Als onderdeel van mijn werk als personeelsfunctionaris was ik ook een soort secretaris van het project. Zo moest ik de uitnodigingen voor de aandeelhoudersvergaderingen en de locaties verzorgen en allerlei hand- en spandiensten verrichten. Via onze mini-onderneming probeerden we een product dat we zelf hadden ontwikkeld en geproduceerd aan de man te brengen. Het ging om een trendy perspex cd-rekje waarachter een ‘black-light lamp’ was gemonteerd. Met de cnc-machines die binnen de afdeling werktuigbouwkunde beschikbaar werden gesteld, konden de cd-rekjes worden geproduceerd. Met een stuk gevouwen blik brachten we vervolgens zelf een achterkantje aan.

Tot slot brachten we een fitting aan voor de lampjes, inclusief een schakelaar en bijpassend snoer. We hebben zelfs de verpakking in elkaar geknutseld. Overigens een groot verschil met de professioneel uitziende producten van de meeste mini-ondernemingen die tegenwoordig starten. Sommigen werken met professionele designbureaus die ze binnen hun netwerk inschakelen terwijl wij alles zelf in elkaar knutselden. Rijk zijn we er helaas niet van geworden want we stonden met z’n allen voor een dubbeltje per uur op de loonlijst.”

Heeft jullie mini-onderneming nog winst gemaakt?
“Helaas niet… Maar aan het einde van de rit konden we onze aandeelhouders toch nog negen gulden en zevenenveertig cent van hun inleg terug betalen.”

Wat heb je vooral van deze ervaring geleerd?
“Tijdens het project komen alle vakken uit je studie samen. Bij een studie als technische bedrijfskunde krijg je veel verschillende vakken, dus je weet van veel dingen een beetje. Als mini-ondernemer is dat handig, want je praat net zo makkelijk met de boekhouder als met iemand van kwaliteitszorg of met mensen van de productieafdeling.
Je leert ook makkelijker verbanden te leggen. Dus als je als marketingafdeling een beslissing neemt over de verkoop van een product, moet je de productieafdeling niet vergeten mee te nemen in je overwegingen. Je moet je ambities wel kunnen waarmaken in de praktijk.”

Je werkt nu in loondienst. Hoe kijk je zelf tegen het ondernemerschap aan?
“Ooit speelde ik met het idee om het aannemersbedrijf van mijn stiefvader over te nemen. Maar na mijn ervaring met de mini-onderneming kwam ik erachter dat ik niet voor het ondernemerschap in de wieg ben gelegd. Met een eigen bedrijf ben je vaak 24 uur per dag in de weer.

Hoewel ik ondernemend ben binnen Corus, zo ben ik voorzitter van het vrouwennetwerk, wil ik ook graag tijd voor mezelf overhouden. Bijvoorbeeld om me in te zetten voor zaken zoals YKE en ‘Young Business Talents’, de vereniging voor voormalige jonge ondernemers.
Deze vereniging heb ik samen met Maureen van Beusekom, SAP-consultant bij Cap Gemini, in 2001 opgericht. Naast onze netwerkbijeenkomsten reiken we ook jaarlijks op de JO™-nationale marktdag de YBT-award uit voor de beste mini-onderneming. En als klap op de vuurpijl ook de ‘Talent of the Year Award’ tijdens de nationale finale.”

Waarom denk je dat zo weinig mensen kiezen voor het ondernemerschap?
“Omdat de maatschappij consumptiever wordt, zijn mensen minder geneigd hun nek uit te steken en risico te nemen. Daarnaast speelt ook de druk die erop studenten ligt een belangrijke rol. Ze moeten presteren en hun studie op tijd afmaken. Er is minder tijd dan vroeger om te free-wheelen.
Als er binnen het onderwijs meer flexibiliteit zou zijn, dan zouden misschien meer studenten warm lopen voor het ondernemerschap. Hierdoor komt er meer ruimte vrij voor creativiteit waarin nieuwe producten en diensten kunnen worden bedacht. Ook zouden banken, in navolging van de VS, meer financiële ruimte aan jonge ondernemers moeten geven.”

Wat vond je de grootste uitdaging van het mentorschap?
“Als mentor moet je er in het begin van een project vooral op toezien dat de projectgroep zich goed aan de afgesproken planning houdt. Dat is op zich al een hele uitdaging. Het struikelblok is vaak het bedrijfsplan. Studenten vinden het vaak leuk om iets te doen, maar schrijven vinden ze meestal lastig. Daar moet je dus in sturen.
Ze krijgen wel een algemene handleiding hoe ze het beste een bedrijfsplan kunnen opstellen, maar als mentor kun je ze een heel eind op weg helpen om e.e.a. concreter te maken. Dat vond ik ook heel leuk om te doen.

Het eerste project dat ik op MBO-niveau begeleidde, verliep niet helemaal soepel. Binnen de groep waren er namelijk een aantal mensen heel enthousiast en een aantal mensen niet. Uiteindelijk ontstonden er zelfs twee kampen: de meiden aan de ene kant en de jongens aan de andere kant.
Voor de manager was het dus heel lastig om e.e.a. vlot te trekken. In het begin heb ik me er vooral op toegelegd om haar te coachen hoe ze slim kon inspelen op de ontstane situatie. Ik liet haar bijvoorbeeld inzien wat het effect van haar eigen gedrag was op het gedrag van de groep.
Ook heb ik haar geleerd dat je als manager steeds een stapje vooruit moet kunnen denken. Na afloop van het project kreeg ik van haar een prachtig compliment. Ze zei dat ze het zo prettig had gevonden dat ik haar nooit vertelde wat ze móest doen, maar wat ze kón doen en dat ik haar de keuze uiteindelijk zelf liet maken.”

Wat zijn de belangrijkste taken van een mentor?
“Advies geven. Het is vooral niet de bedoeling dat je op de stoel van het management gaat zitten. Je moet het leuk vinden om kennis over te dragen en bevlogen over je vak danwel eigen bedrijf kunnen vertellen. Ook als je nog niet heel veel werkervaring hebt, is mijn persoonlijke ervaring, kun je toch een succesvolle mentor zijn.
Je moet er vooral lol in hebben om mensen te coachen, te motiveren en enthousiasmeren. Verder is het handig als je enige kennis hebt van de vakgebieden die tijdens het project aan de orde komen zoals financiën, vergadertechnieken, communicatie, marketing en bedrijfskunde.”

Jong Ondernemen bestaat sinds 1990. Zijn er ook al succesvolle bedrijven uit voortgekomen?
“Jazeker. Het afgelopen studiejaar bedacht het studentenbedrijf ‘Motifive’ de opvouwbare broodtrommel: ‘Swingbox’. Als product van JO™ werd het opgezet door vijf 1e jaars van de opleiding werktuigbouwkunde aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk.
Het product, dat met drukknoopjes aan elkaar kan worden geklikt, slaat fantastisch aan. Binnen twee maanden zagen de studenten de verkoop onverwachts stijgen tot meer dan 1500 stuks.
Met het project kregen ze veel aandacht in de media, bijvoorbeeld in de studiebijlage van De Telegraaf. Inmiddels hebben ze hun eerste grote orders al binnengesleept en de volgende klanten staan ook alweer te dringen.”

JO™ zoekt mentoren die ervaring hebben als ondernemer of die in een commerciële of algemene managementfunctie werkzaam zijn in het bedrijfsleven. Vindt u het leuk om uw kennis en ervaring over te brengen op studenten? Geef u dan op als mentor van JO™ en neem voor meer informatie contact op met Bouke Bosgraaf, tel: (070) 391 98 20.