Ingenieur van het Jaar 2007


De heren ir. Micha Mulder en ir. Ronny van ’t Oever zijn uitgeroepen tot ‘Ingenieur van het jaar 2007'. 

De jury, onder voorzitterschap van voormalig burgemeester Wim Deetman van Den Haag, bestond uit Jan Dekker (voorzitter KIVI NIRIA), Foeke Kolff  (ingenieursbureau Lummus) en Eckhart Wintzen.

Zij kozen uit de drie genomineerden de winnaar.
Volgens de juryvoorzitter van vorig jaar, voormalig burgemeester Deetman, heeft het tweetal ‘een uitermate relevante vinding gedaan waarmee ze techniek en het vak van ingenieur op de kaart zetten, ook omdat ze zakelijk gezien er zeer succesvol mee zijn.’

De feestelijke bekendmaking van de winnaar vond plaats tijdens de Ingenieursmanifestatie, georganiseerd door de gemeente Den Haag in samenwerking met KIVI NIRIA.

 

De genomineerden voor Ingenieur van het Jaar 2007


1. Ir. Jos Dijkman

De ‘vonk naar de (civiele) techniek’ sloeg bij de jonge Jos Dijkman over toen de onderwijzer op zijn basisschool zwart-wit films liet zien van de Deltawerken die destijds nog in volle gang waren. ‘Daar kwam onder meer een ingenieur in voor die met een lange jas aan, een hoed op en een grote sigaar in zijn hoofd op een dijk stond. Ik dacht, dat wil ik ook wel en zodoende ben ik in Delft Civiele Techniek gaan studeren.’
Dijkman specialiseerde zich op riviermorfologie en studeerde in 1978 af op het meten van zwevend zand in rivieren. Hij is in dienst van WL/Delft Hydraulics en maakt sinds vorig jaar als enige buitenlander deel uit van de Amerikaanse commissie die een onafhankelijk oordeel moet geven over het falen van de waterkeringen in New Orleans tijdens de orkaan Katrina en die aanbevelingen moet doen voor het waterbeheer in de toekomst.
‘Hoe ze bij mij zijn gekomen weet ik ook niet, maar een Nederlander is hier natuurlijk geen onlogische keus’ als je bedenkt dat we hier al sinds de watersnoodramp van 1953 veertig jaar bezig zijn met de aanleg en het verbeteren van hoogwaterkeringen, zei hij in Technisch Weekblad ooit bescheiden over zijn tijdelijke functie in opdracht van de National Academy of Engineering en de National Research Council. Deze organisaties zullen het eindadvies aanbieden aan de Amerikaanse genie: in de Verenigde Staten beschouwt men alles wat met kusten, rivieren en havens te maken heeft als van militair strategisch belang, vandaar dat hij waterbeheer onder het leger valt. Dijkman is een specialist op het gebied van hoogwaterbeheer.

Projectleider
Sinds kort is de 53-jarige Dijkman  projectleider van een Nederlands consortium van elf instituten en bedrijven die met een Nederlandse versie moeten komen voor de bescherming op lange termijn – over een periode van honderd jaar – van New Orleans tegen de zwaarste categorie (5) orkanen.
Bovendien moet het consortium voorstellen doen om de delta rond New Orleans te beschermen en zo mogelijk te herstellen. Van dat gebied verdwijnt al decennia lang per jaar zeventig vierkante kilometer onder water, wat wil zeggen dat de grond daar met een snelheid van een hectare per uur afkalft. Dat komt onder meer doordat het sediment uit de rivieren niet meer in de delta terechtkomt en de bodem daalt, mede als gevolg van olie- en gaswinning in het gebied. Daarnaast zijn er in de delta veel kanalen gegraven waardoor het binnendringen van zou water leidt tot het afsterven van de zoetwatervegetatie en het sediment wegspoelt.
De moerassen, zegt Dijkman, ‘spelen een belangrijke rol bij het reduceren van de windsnelheid en de hoogte van de stormvloed. Minder moerasgebieden betekent dus hardere wind en een hogere stormvloed bij New Orleans.’ Als projectleider van het consortium dat werkt onder de vlag van het Netherlands Water Partnership (NWP), gaat hij nog regelmatig naar New Orleans.
Dijkman heeft ooit enkele jaren een managementfunctie bij WL/Delft Hydraulics gehad, maar was ‘opgelucht’ dat hij weer naar de echte techniek terugkon. ‘Je werkt tenslotte niet alleen voor de centen, ik vind mijn vak nu eenmaal erg leuk.’

Buitenlandse ervaring
Hij heeft veel in het buitenland gewerkt. Van 1981 af werkte hij zeven jaar in Indonesië waar hij ook onderzoek deed naar waterbeheer, vooral op Java waarbij het dan om watertekorten ging. Na zijn Indonesische periode ging Dijkman in Vietnam aan de slag waar hij zich stortte op het waterbeheer in de delta van de rivier de Mekong en in de delta van de Rode Rivier. Maar ook in Noord-Amerika heeft hij ervaring: in 1997 onderzocht hij de overstromingen langs de bovenloop van de Mississippi.
Toen in december 1993 Limburg onder water liep, was hij terug en kon hij meteen aan de slag, dit keer als projectleider van het onderzoek naar oplossingen voor de wateroverlast langs de Maas. Hij was ook intensief betrokken bij een reeks onderzoeken naar de Rijntakken die uiteindelijk mede hebben geleid tot de PKB ’Ruimte voor de Rivier.’
Zijn nominatie vindt hij ‘een aangename verrassing en een hele eer’ en hij is er ‘best een beetje trots’ op. Hij is overigens wel gewend om in de publieke belangstelling te staan want toen bekend werd dat hij naar Amerika zou gaan, stond hij een aantal weken zo ongeveer permanent in de schijnwerpers.

2. Ir.Micha Mulder/Ir. Ronny van ‘t Oever

Ir. Micha Mulder (32) was ‘erg verrast’ toen hij genomineerd bleek. ‘Toen ik gebeld werd met de mededeling dan ik genomineerd was, dacht ik eerst nog dat ze me wilden vragen of ik soms nog iemand wist.’ Hij vindt het wel erg leuk ‘al ben ik niet iemand die van nature de publiciteit zoekt.’
Mulder studeerde Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente en studeerde daar in 1998 af op berekeningen – een computersimulatie – van elektrische stromen in het menselijk hoofd. Bij hersenoperaties wordt er normaliter een gat in de schedel geboord en plakt men elektroden op de schedel waarmee de stroming in de hersenen worden gemeten. Mulder toonde met zijn berekeningen aan dat door het boren van een gat de stromen anders gaan lopen: in de richting van het geboorde gat omdat daar de minste weerstand is met al gevolg verkeerde metingen en gevaar voor opereren op de onjuiste plaats in de hersenen.
Hij ging na zijn studie via een software-uitzendbureau werken bij chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven. Hij werkte daar aan besturingsmechanismen voor de nieuwste chipmachines en kwam in aanraking met de micro-industrie. ‘Erg interessant, vooral ook het werk in de clean rooms.’ Het werk bij ASML beviel hem uitstekend maar ‘ik had wat strubbelingen met de uitzender en toen ben ik uiteindelijk toch eens verder gaan kijken.’ Dat verder kijken mondde uit in het stichten van een eigen bedrijf dat hij samen met zijn vriend en studiegenoot Ronny van ’t Oever in december 1999 oprichtte: Micronit Microfluidics dat zich snel heeft ontwikkeld en nu al wereldwijd marktleider is in het ontwikkelen en fabriceren van microchips. Het bedrijf heeft inmiddels ruim dertig mensen in dienst die microchips maken voor onder meer eiwitanalyse,  DNA-onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen door de farmaceutische industrie.
‘Omdat onze chips een oppervlakte hebben van maar een paar vierkante centimeter werken ze sneller en beter en hebben ze minder vloeistof in de kanaaltjes nodig wat prettiger is voor een onderzochte patiënt.  Bovendien is deze chip kostenbesparend waardoor klanten uit de hele wereld de weg naar het bedrijf in Enschede weten te vinden.

Snelle groeier
Micronit Microfluidics staat al twee jaar lang in de ‘ranking’ van de Deloitte Technology Fast 50. Deloitte wil met de verkiezing snelgroeiende technologische bedrijven in het zonnetje zetten. Een Micronit groeit snel. Mulder: ‘als je bedenkt dat we met zijn tweeën en eigenlijk met niks zijn begonnen, is het wel heel snel gegaan ja.’ Het bedrijf haalde vorig jaar 11,57 maal zo veel omzet als in 2000. Hij besteedt nu veel tijd aan managementtaken, maar blijft toch ook technisch actief. ‘Die afwisseling vind ik wel prettig.’
Mededirecteur  Van ’t  Oever studeerde ook Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente en studeerde in 1998  af met het via microsysteemanalyse maken van een miniatuur vloeistofsysteem waarmee is na te gaan hoe sterk de bindingen binnen dna-materiaal zijn.
Hij werkte na zijn afstuderen eerst nog enige tijd free lance onder meer vanuit Nederland voor Abbot Diagnostics in Californië waar hij tijdens zijn studie stage had gelopen en daar een vinding had gedaan: een methode om met behulp van laserlicht beter het gehalte aan hemoglobine in rode bloedlichaampjes te bepalen. ‘Daar is een octrooi op gekomen, helaas niet voor mij.’
Hij vindt zijn nominatie ‘heel bijzonder’ en toont zich er ten zeerste mee ingenomen. ‘Ik had dat absoluut niet verwacht. Het is een hele eer, al heb ik nooit naar het winnen van prijzen gestreefd.’
Een extra boeiend aspect aan zijn werk vindt hij dat ‘je niet zonder technische kennis een bedrijf als dat van ons kunt leiden. Op het gebied van het management kunnen andere ervaren collega’s je wel bijstaan maar er is technische kennis voor nodig om wensen van klanten in een product te kunnen vertalen. Ik heb zelf uitvindersbloed, mijn hart ligt bij de techniek.’

3. Ir. Adriaan van Hooijdonk

Zijn ouders waren bang dat hij kunstenaar zou worden, zo graag en zo goed tekende Adriaan van Hooijdonk (43) als kind in zijn geboorteplaats, het Limburgse Echt. Nu is hij sinds drie jaarhoofd Design bij BMW in München, een internationale topbaan dus maar toch vindt hij zijn nominatie ‘een hele eer.’
Hij studeerde Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en studeerde daar in 1988 af op een ontwerp voor een geluidarme stofzuiger, in samenwerking met producent Holland Electro. Na zijn afstuderen – zijn stofzuiger is overigens nooit in productie genomen - trok hij naar Amsterdam waar hij een jaar lang een eenmans technisch designbureau runde. Zijn grootste klant was General Electric Plastics Europe dat zijn hoofdkwartier heeft in Bergen op Zoom. Hij vervulde ook nog als luitenant van de infanterie zijn militaire dienst bij het regiment Van Heutz in Haarlem. Dat zijn bewakingstroepen die na een week nachtdienst een week vrij hadden ‘en dus kon ik toch nog een beetje als ontwerper actief blijven.’
Na zijn diensttijd ging Van Hooijdonk werken voor zijn opdrachtgever General Electric Plastics waar hij onder meer werkte aan intelligent design: het integreren van meerdere functies binnen een en hetzelfde ontwerp.
Uiteindelijk ging ir. Van Hooijdonk naar Italië, toch ‘het Mekka van het design’ om te zien wat hij daar kon bereiken. Hij had tijdens zijn studie een cursus Italiaans gevolgd, ‘maar echt praten, ook over je vak, leer je natuurlijk pas in het land zelf.’
Hij kreeg een baan bij een ontwerpbureau in de buurt van Bologna waar hij echter na een paar maanden weer vertrok om aan het Art Center Europe in het Zwitserse Vevey te gaan studeren waar hij een graad haalde in automobielontwerp.

Creativiteit
Gefascineerd door de combinatie van creativiteit en techniek die bij industrieel ontwerpen in het algemeen maar bij het ontwerpen van auto’s in het bijzonder een overheersende rol speelt, kwam hij in 1992 in dienst bij BMW als ‘automotive exterior designer.’ Acht jaar later ging hij naar de Verenigde Staten om te gaan werken bij de BMW Group Designworks USA in Newbury Park waar hij hoofd was van de afdeling automobielontwerp. Na een jaar werd hij benoemd tot president van deze vestiging.
In september 2004 ging hij terug naar het hoofdkwartier van BMW in München waar hij directeur ontwerp werd voor het merk BMW. Daar werken achtduizend ingenieurs voor BMW en de merken Austin Mini en Rolls Royce die ook onderdeel uitmaken van het concern.
Van Hooijdonk is erg enthousiast over zijn vak: ‘erg gecompliceerd. Je moet met veel mensen praten over een nieuw ontwerp en soms er ook met ze over vechten.’ Bij het ontwikkelen van een nieuw model gaan zes teams van elk twintig tot dertig man met elkaar de concurrentie aan, vertelde Van Hooijdonks eens aan NRC Handelsblad. Allemaal ontwerpen ze dan een volledige auto waarbij ze van dezelfde eisen uitgaan. Na een uitgebreide schetsfase worden alles zes op ware grootte in klei uitgevoerd.
‘Dat is het interessantste stadium’, zegt hij, waarin het idee van het platte vlak in drie dimensies wordt vertaald. De klei schaaft men bij, soms met millimeters tegelijk. ‘Je moet dan je handen over dat 3D model laten glijden, je handen zijn op zo’n moment preciezer dan je ogen.’ In de loop van drie maanden wordt het aantal ontwerpen van zes teruggebracht naar vier, dan naar twee en tenslotte blijft de winnaar over. BMW hevelt geen overgebleven elementen over naar andere nieuwe modellen. Voor het interieur van een nieuw type voltrekt zich een soortgelijk proces.
Van Hooijdonk noemt zijn groep het enige niet-rationele deel van het  bedrijf. ‘Tegenover achtduizend ingenieurs die allemaal met techniek bezig zijn, staan driehonderd ontwerpers die allemaal met gevoel bezig zijn.’
Voor BMW zijn sinds enige tijd de Verenigde Staten en China aantrekkelijke markten geworden. Voor de duurste 7-serie is China al net zo’n grote markt als Duitsland en heeft die wellicht al overtroffen. Ook in Amerika is BMW volgens Van Hooijdonk inmiddels het populairste buitenlandse merk. ‘Toch gaan we geen specifieke auto’s voor een bepaalde markt ontwerpen’, zegt hij. ‘Het is voor ons belangrijker dat al onze auto’s als BMW herkenbaar zijn. Ze moeten allemaal die voorwaartse drang uitstralen. ‘Dat is volgens hem belangrijker dan wel of geen bekerhouder.
De Beierse autofabrikant heeft ook de besloten de productie in Europa te houden. In Leipzig is in 2005 nog een opvallend fabrieksgebouw geopend naar een ontwerp van Zaha Hadidi.

Bewegende sculptuur
Zijn hoogste doel is het ontwerpen van een is een auto  als een ‘bewegende sculptuur’. Een auto-ontwerper moet volgens hem ook op de hoogte zijn van ontwikkelingen in architectuur, beeldende kunst, mode en vormgeving van andere industriële producten. BMW is de enige autofabrikant met een multidisciplinair ontwerpteam.’ Dat ziet hij als een enorm voordeel want ‘design krijgt steeds meer invloed op het koopgedrag van mensen.’
Als een nieuwe auto op de weg komt, is Van Hooijdonk er met zijn team al een jaar of vier mee bezig geweest. ‘Je leeft als automobielontwerper altijd jaren in de toekomst'