1. Ir. Jos Dijkman
De ‘vonk naar de (civiele) techniek’ sloeg bij de
jonge Jos Dijkman over toen de onderwijzer op zijn basisschool
zwart-wit films liet zien van de Deltawerken die destijds nog in
volle gang waren. ‘Daar kwam onder meer een ingenieur in voor
die met een lange jas aan, een hoed op en een grote sigaar in zijn
hoofd op een dijk stond. Ik dacht, dat wil ik ook wel en zodoende
ben ik in Delft Civiele Techniek gaan studeren.’
Dijkman specialiseerde zich op riviermorfologie en studeerde in
1978 af op het meten van zwevend zand in rivieren. Hij is in dienst
van WL/Delft Hydraulics en maakt sinds vorig jaar als enige
buitenlander deel uit van de Amerikaanse commissie die een
onafhankelijk oordeel moet geven over het falen van de
waterkeringen in New Orleans tijdens de orkaan Katrina en die
aanbevelingen moet doen voor het waterbeheer in de toekomst.
‘Hoe ze bij mij zijn gekomen weet ik ook niet, maar een
Nederlander is hier natuurlijk geen onlogische keus’ als je
bedenkt dat we hier al sinds de watersnoodramp van 1953 veertig
jaar bezig zijn met de aanleg en het verbeteren van
hoogwaterkeringen, zei hij in Technisch Weekblad ooit bescheiden
over zijn tijdelijke functie in opdracht van de National Academy of
Engineering en de National Research Council. Deze organisaties
zullen het eindadvies aanbieden aan de Amerikaanse genie: in de
Verenigde Staten beschouwt men alles wat met kusten, rivieren en
havens te maken heeft als van militair strategisch belang, vandaar
dat hij waterbeheer onder het leger valt. Dijkman is een specialist
op het gebied van hoogwaterbeheer.
Projectleider
Sinds kort is de 53-jarige Dijkman projectleider van een
Nederlands consortium van elf instituten en bedrijven die met een
Nederlandse versie moeten komen voor de bescherming op lange
termijn – over een periode van honderd jaar – van New
Orleans tegen de zwaarste categorie (5) orkanen.
Bovendien moet het consortium voorstellen doen om de delta rond New
Orleans te beschermen en zo mogelijk te herstellen. Van dat gebied
verdwijnt al decennia lang per jaar zeventig vierkante kilometer
onder water, wat wil zeggen dat de grond daar met een snelheid van
een hectare per uur afkalft. Dat komt onder meer doordat het
sediment uit de rivieren niet meer in de delta terechtkomt en de
bodem daalt, mede als gevolg van olie- en gaswinning in het gebied.
Daarnaast zijn er in de delta veel kanalen gegraven waardoor het
binnendringen van zou water leidt tot het afsterven van de
zoetwatervegetatie en het sediment wegspoelt.
De moerassen, zegt Dijkman, ‘spelen een belangrijke rol bij
het reduceren van de windsnelheid en de hoogte van de stormvloed.
Minder moerasgebieden betekent dus hardere wind en een hogere
stormvloed bij New Orleans.’ Als projectleider van het
consortium dat werkt onder de vlag van het Netherlands Water
Partnership (NWP), gaat hij nog regelmatig naar New Orleans.
Dijkman heeft ooit enkele jaren een managementfunctie bij WL/Delft
Hydraulics gehad, maar was ‘opgelucht’ dat hij weer
naar de echte techniek terugkon. ‘Je werkt tenslotte niet
alleen voor de centen, ik vind mijn vak nu eenmaal erg
leuk.’
Buitenlandse ervaring
Hij heeft veel in het buitenland gewerkt. Van 1981 af werkte hij
zeven jaar in Indonesië waar hij ook onderzoek deed naar
waterbeheer, vooral op Java waarbij het dan om watertekorten ging.
Na zijn Indonesische periode ging Dijkman in Vietnam aan de slag
waar hij zich stortte op het waterbeheer in de delta van de rivier
de Mekong en in de delta van de Rode Rivier. Maar ook in
Noord-Amerika heeft hij ervaring: in 1997 onderzocht hij de
overstromingen langs de bovenloop van de Mississippi.
Toen in december 1993 Limburg onder water liep, was hij terug en
kon hij meteen aan de slag, dit keer als projectleider van het
onderzoek naar oplossingen voor de wateroverlast langs de Maas. Hij
was ook intensief betrokken bij een reeks onderzoeken naar de
Rijntakken die uiteindelijk mede hebben geleid tot de PKB
’Ruimte voor de Rivier.’
Zijn nominatie vindt hij ‘een aangename verrassing en een
hele eer’ en hij is er ‘best een beetje trots’
op. Hij is overigens wel gewend om in de publieke belangstelling te
staan want toen bekend werd dat hij naar Amerika zou gaan, stond
hij een aantal weken zo ongeveer permanent in de schijnwerpers.
2. Ir.Micha Mulder/Ir. Ronny van ‘t
Oever
Ir. Micha Mulder (32) was ‘erg verrast’ toen hij
genomineerd bleek. ‘Toen ik gebeld werd met de mededeling dan
ik genomineerd was, dacht ik eerst nog dat ze me wilden vragen of
ik soms nog iemand wist.’ Hij vindt het wel erg leuk
‘al ben ik niet iemand die van nature de publiciteit
zoekt.’
Mulder studeerde Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente
en studeerde daar in 1998 af op berekeningen – een
computersimulatie – van elektrische stromen in het menselijk
hoofd. Bij hersenoperaties wordt er normaliter een gat in de
schedel geboord en plakt men elektroden op de schedel waarmee de
stroming in de hersenen worden gemeten. Mulder toonde met zijn
berekeningen aan dat door het boren van een gat de stromen anders
gaan lopen: in de richting van het geboorde gat omdat daar de
minste weerstand is met al gevolg verkeerde metingen en gevaar voor
opereren op de onjuiste plaats in de hersenen.
Hij ging na zijn studie via een software-uitzendbureau werken bij
chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven. Hij werkte daar aan
besturingsmechanismen voor de nieuwste chipmachines en kwam in
aanraking met de micro-industrie. ‘Erg interessant, vooral
ook het werk in de clean rooms.’ Het werk bij ASML beviel hem
uitstekend maar ‘ik had wat strubbelingen met de uitzender en
toen ben ik uiteindelijk toch eens verder gaan kijken.’ Dat
verder kijken mondde uit in het stichten van een eigen bedrijf dat
hij samen met zijn vriend en studiegenoot Ronny van ’t Oever
in december 1999 oprichtte: Micronit Microfluidics dat zich snel
heeft ontwikkeld en nu al wereldwijd marktleider is in het
ontwikkelen en fabriceren van microchips. Het bedrijf heeft
inmiddels ruim dertig mensen in dienst die microchips maken voor
onder meer eiwitanalyse, DNA-onderzoek en de ontwikkeling van
nieuwe medicijnen door de farmaceutische industrie.
‘Omdat onze chips een oppervlakte hebben van maar een paar
vierkante centimeter werken ze sneller en beter en hebben ze minder
vloeistof in de kanaaltjes nodig wat prettiger is voor een
onderzochte patiënt. Bovendien is deze chip
kostenbesparend waardoor klanten uit de hele wereld de weg naar het
bedrijf in Enschede weten te vinden.
Snelle groeier
Micronit Microfluidics staat al twee jaar lang in de
‘ranking’ van de Deloitte Technology Fast 50. Deloitte
wil met de verkiezing snelgroeiende technologische bedrijven in het
zonnetje zetten. Een Micronit groeit snel. Mulder: ‘als je
bedenkt dat we met zijn tweeën en eigenlijk met niks zijn
begonnen, is het wel heel snel gegaan ja.’ Het bedrijf haalde
vorig jaar 11,57 maal zo veel omzet als in 2000. Hij besteedt nu
veel tijd aan managementtaken, maar blijft toch ook technisch
actief. ‘Die afwisseling vind ik wel prettig.’
Mededirecteur Van ’t Oever studeerde ook
Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente en studeerde in
1998 af met het via microsysteemanalyse maken van een
miniatuur vloeistofsysteem waarmee is na te gaan hoe sterk de
bindingen binnen dna-materiaal zijn.
Hij werkte na zijn afstuderen eerst nog enige tijd free lance onder
meer vanuit Nederland voor Abbot Diagnostics in Californië
waar hij tijdens zijn studie stage had gelopen en daar een vinding
had gedaan: een methode om met behulp van laserlicht beter het
gehalte aan hemoglobine in rode bloedlichaampjes te bepalen.
‘Daar is een octrooi op gekomen, helaas niet voor
mij.’
Hij vindt zijn nominatie ‘heel bijzonder’ en toont zich
er ten zeerste mee ingenomen. ‘Ik had dat absoluut niet
verwacht. Het is een hele eer, al heb ik nooit naar het winnen van
prijzen gestreefd.’
Een extra boeiend aspect aan zijn werk vindt hij dat ‘je niet
zonder technische kennis een bedrijf als dat van ons kunt leiden.
Op het gebied van het management kunnen andere ervaren
collega’s je wel bijstaan maar er is technische kennis voor
nodig om wensen van klanten in een product te kunnen vertalen. Ik
heb zelf uitvindersbloed, mijn hart ligt bij de
techniek.’
3. Ir. Adriaan van Hooijdonk
Zijn ouders waren bang dat hij kunstenaar zou worden, zo graag
en zo goed tekende Adriaan van Hooijdonk (43) als kind in zijn
geboorteplaats, het Limburgse Echt. Nu is hij sinds drie jaarhoofd
Design bij BMW in München, een internationale topbaan dus maar
toch vindt hij zijn nominatie ‘een hele eer.’
Hij studeerde Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft en studeerde
daar in 1988 af op een ontwerp voor een geluidarme stofzuiger, in
samenwerking met producent Holland Electro. Na zijn afstuderen
– zijn stofzuiger is overigens nooit in productie genomen -
trok hij naar Amsterdam waar hij een jaar lang een eenmans
technisch designbureau runde. Zijn grootste klant was General
Electric Plastics Europe dat zijn hoofdkwartier heeft in Bergen op
Zoom. Hij vervulde ook nog als luitenant van de infanterie zijn
militaire dienst bij het regiment Van Heutz in Haarlem. Dat zijn
bewakingstroepen die na een week nachtdienst een week vrij hadden
‘en dus kon ik toch nog een beetje als ontwerper actief
blijven.’
Na zijn diensttijd ging Van Hooijdonk werken voor zijn
opdrachtgever General Electric Plastics waar hij onder meer werkte
aan intelligent design: het integreren van meerdere functies binnen
een en hetzelfde ontwerp.
Uiteindelijk ging ir. Van Hooijdonk naar Italië, toch
‘het Mekka van het design’ om te zien wat hij daar kon
bereiken. Hij had tijdens zijn studie een cursus Italiaans gevolgd,
‘maar echt praten, ook over je vak, leer je natuurlijk pas in
het land zelf.’
Hij kreeg een baan bij een ontwerpbureau in de buurt van Bologna
waar hij echter na een paar maanden weer vertrok om aan het Art
Center Europe in het Zwitserse Vevey te gaan studeren waar hij een
graad haalde in automobielontwerp.
Creativiteit
Gefascineerd door de combinatie van creativiteit en techniek die
bij industrieel ontwerpen in het algemeen maar bij het ontwerpen
van auto’s in het bijzonder een overheersende rol speelt,
kwam hij in 1992 in dienst bij BMW als ‘automotive exterior
designer.’ Acht jaar later ging hij naar de Verenigde Staten
om te gaan werken bij de BMW Group Designworks USA in Newbury Park
waar hij hoofd was van de afdeling automobielontwerp. Na een jaar
werd hij benoemd tot president van deze vestiging.
In september 2004 ging hij terug naar het hoofdkwartier van BMW in
München waar hij directeur ontwerp werd voor het merk BMW.
Daar werken achtduizend ingenieurs voor BMW en de merken Austin
Mini en Rolls Royce die ook onderdeel uitmaken van het
concern.
Van Hooijdonk is erg enthousiast over zijn vak: ‘erg
gecompliceerd. Je moet met veel mensen praten over een nieuw
ontwerp en soms er ook met ze over vechten.’ Bij het
ontwikkelen van een nieuw model gaan zes teams van elk twintig tot
dertig man met elkaar de concurrentie aan, vertelde Van Hooijdonks
eens aan NRC Handelsblad. Allemaal ontwerpen ze dan een volledige
auto waarbij ze van dezelfde eisen uitgaan. Na een uitgebreide
schetsfase worden alles zes op ware grootte in klei
uitgevoerd.
‘Dat is het interessantste stadium’, zegt hij, waarin
het idee van het platte vlak in drie dimensies wordt vertaald. De
klei schaaft men bij, soms met millimeters tegelijk. ‘Je moet
dan je handen over dat 3D model laten glijden, je handen zijn op
zo’n moment preciezer dan je ogen.’ In de loop van drie
maanden wordt het aantal ontwerpen van zes teruggebracht naar vier,
dan naar twee en tenslotte blijft de winnaar over. BMW hevelt geen
overgebleven elementen over naar andere nieuwe modellen. Voor het
interieur van een nieuw type voltrekt zich een soortgelijk
proces.
Van Hooijdonk noemt zijn groep het enige niet-rationele deel van
het bedrijf. ‘Tegenover achtduizend ingenieurs die
allemaal met techniek bezig zijn, staan driehonderd ontwerpers die
allemaal met gevoel bezig zijn.’
Voor BMW zijn sinds enige tijd de Verenigde Staten en China
aantrekkelijke markten geworden. Voor de duurste 7-serie is China
al net zo’n grote markt als Duitsland en heeft die wellicht
al overtroffen. Ook in Amerika is BMW volgens Van Hooijdonk
inmiddels het populairste buitenlandse merk. ‘Toch gaan we
geen specifieke auto’s voor een bepaalde markt
ontwerpen’, zegt hij. ‘Het is voor ons belangrijker dat
al onze auto’s als BMW herkenbaar zijn. Ze moeten allemaal
die voorwaartse drang uitstralen. ‘Dat is volgens hem
belangrijker dan wel of geen bekerhouder.
De Beierse autofabrikant heeft ook de besloten de productie in
Europa te houden. In Leipzig is in 2005 nog een opvallend
fabrieksgebouw geopend naar een ontwerp van Zaha Hadidi.
Bewegende sculptuur
Zijn hoogste doel is het ontwerpen van een is een auto als
een ‘bewegende sculptuur’. Een auto-ontwerper moet
volgens hem ook op de hoogte zijn van ontwikkelingen in
architectuur, beeldende kunst, mode en vormgeving van andere
industriële producten. BMW is de enige autofabrikant met een
multidisciplinair ontwerpteam.’ Dat ziet hij als een enorm
voordeel want ‘design krijgt steeds meer invloed op het
koopgedrag van mensen.’
Als een nieuwe auto op de weg komt, is Van Hooijdonk er met zijn
team al een jaar of vier mee bezig geweest. ‘Je leeft als
automobielontwerper altijd jaren in de toekomst'