Studie- en reisfonds

Het KIVI NIRIA Studie- en Reisfonds keert financiële tegemoetkomingen uit aan studenten die hun afstudeerproject in het buitenland (buiten de EU) uitvoeren.

Richtlijnen voor uitkering van het KIVI NIRIA Studie- en Reisfonds
Om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming tijdens een afstudeerproject in het buitenland moet aan een aantal criteria worden voldaan:
- Je moet gekwalificeerd zijn om de voorgestelde onderzoeks- of ontwerpopgave uit te voeren
- Jouw financiële situatie wordt gewogen
- De opdracht moet haalbaar zijn, bijvoorbeeld in relatie tot de beschikbare begeleiding etc.
Verder is er een beperkte mogelijkheid voor net afgestudeerde ingenieurs om op uitnodiging hun afstudeerproject eenmalig te presenteren binnen Europa.

Val je in één van de volgende categorieën, bekijk dan hieronder de toetsingscriteria:
Categorie 1: techniekstudenten in de eindstudiefase van de 3 TU’s, Wageningen Universiteit of Rijks Universiteit Groningen.
Categorie 2: recent afgestudeerde ingenieurs.
Categorie 3: studenten die tijdens de eindstudiefase door bijzondere omstandigheden in financiële moeilijkheden terecht zijn gekomen, krijgen in uitzonderlijke gevallen een tegemoetkoming.

Middelen
Rekening houdend met het aantal aanvragen en het jaarlijks beschikbare fondsvermogen zullen giften in het algemeen niet hoger zijn dan € 500,-.

Informatie
Voor informatie en het indienen van een aanvraag voor afstudeerprojecten kunt u terecht bij: het studentenadviesbureau of de studentendecaan van de 3 TU’s, de WU of RUG. Recent afgestudeerde ingenieurs kunnen informatie inwinnen bij: KIVI NIRIA, Anneke Ritsema, (070) 391 98 78 of annekeritsema@kiviniria.nl

Indienen aanvraag
Een aanvraag MOET via de studentendecaan, vergezeld van een aanbevelingsbrief van deze decaan, worden ingediend, anders wordt de aanvraag NIET in behandeling genomen. De decaan beschikt over de aanvraagformulieren.

Toetsingscriteria categorie 1: techniekstudenten in de eindstudiefase

Noodzakelijkheid van een financiële ondersteuning
Uit de in de aanvraag opgenomen begroting zal moeten blijken dat er een financieringsbehoefte is. Daarbij wordt gelet op:

  • aan de inkomstenkant:
    - studiefinancieringsituatie.
    - zo volledig mogelijk beeld, dus ook zicht op toekenningen door andere fondsen.
    - eigen bijdrage in de kosten van de studiereis.
    - bijdrage ouders; zo acht de commissie het niet onredelijk dat de aanvrager en zijn ouders bijdragen in de kosten van de te maken reis.
  • aan de uitgavenkant:
    - redelijke inschatting van de feitelijke reis- en verblijfskosten.
  • Daarnaast wordt gelet op:
    - mogelijk belang van de universitaire groep waarbinnen de aanvrager zijn afstudeerwerk verricht en de te maken reis. In sommige gevallen wordt er een reisbijdrage van de faculteit gevraagd.
    - inkomenssituatie en samenstelling van het gezin.
    - de inmiddels opgebouwde of geprognosticeerde studieschuld.
    - hoogte van de studieschuld.
  • Kwaliteit van de studie en slagingskans
    De studieresultaten zullen redelijk tot goed moeten zijn, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden. Daarnaast moet aannemelijk worden gemaakt dat de aanvrager in de nieuwe buitenlandse situatie verantwoordelijkheid kan en zal nemen voor het welslagen van zijn studieverblijf.
    Indicaties daarvoor kunnen zijn: initiatief en stimulerende inbreng bij projectwerk en stages, doorzettingsvermogen en sociale vaardigheden gebleken in de voortgezette studie en/of anderszins in universitair of maatschappelijk verband, bijvoorbeeld. bij het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid binnen studie-of studentenverenigingen. Ook opgedane internationale ervaring kan de inschatting van de slagingskans van de voorgestelde studiereis ondersteunen.
  • Technisch-wetenschappelijk gehalte
    De studieopdracht zal qua niveau moeten corresponderen met een eindproject van de doctoraalstudie, inclusief de daaraan verbonden gebruikelijke eisen van originaliteit en zelfstandige aanpak. Uit de aanvraag moet blijken dat de afstudeeropdracht geheel of gedeeltelijk in het buitenland zal plaatsvinden.
    Daarnaast zal het project een meerwaarde moeten hebben, bijvoorbeeld omdat gebruik zal worden gemaakt van expertise of hulpmiddelen die in Nederland niet voorhanden zijn en die als zodanig van belang kunnen zijn voor de wetenschapsbeoefening of de bedrijvigheid in Nederland. Het opdoen van internationale ervaring op het vakgebied kan een nuttig bijproduct zijn van de studiereis, maar kan op zichzelf niet als meerwaarde (zoals hierboven bedoeld) worden beschouwd.
  • Begeleiding
    in het bijzonder in de fase van de projectkeuze en –definitie die wordt gegeven door de Nederlandse afstudeerdocent (hoogleraar of UHD). De begeleiding ter plekke zal zowel qua niveau als frequentie vergelijkbaar moeten zijn met die in Nederland.
  • Haalbaarheid
    Het projectdoel moet door de commissie haalbaar worden geacht, gegeven een in de doelomschrijving neergelegde duidelijke afbakening van het onderwerp, duur van het verblijf en beschikbare begeleiding. De projectbeschrijving moet behalve de doelomschrijving ook een plan van aanpak bevatten. Het is niet noodzakelijk dat het gehele project in het buitenland wordt uitgevoerd; het versterkt eerder de aanvraag wanneer bijvoorbeeld een voorstudie in Nederland plaatsvindt. Kort verblijf, bijvoorbeeld om een deelaspect van de afstudeeropdracht te bewerken, kan ook in aanmerking komen (mits ook dan de meerwaarde hiervan is aangetoond), evenals congresbezoek wanneer de aanvrager daar ook de resultaten van zijn onderzoek presenteert.

Stages die een regulier onderdeel vormen van de opleiding komen niet voor ondersteuning in aanmerking. Een internationale stage als onderdeel van het afstudeerprogramma kan alleen ter beoordeling worden voorgelegd als het onderwerp aansluit bij of deel uitmaakt van het gehele afstudeerproject en als zodanig door de afstudeerdocent wordt begeleid.

Vanuit Wageningen Universiteit en Rijks Universiteit Groningen aangedragen projecten dienen een technisch karakter te hebben danwel een duidelijke technische component te bevatten.

Van een reeks elkaar opvolgende studieprojecten bij een bepaalde buitenlandse groep, uit te voeren door studenten afstuderend in dezelfde of vrijwel dezelfde deeldiscipline, zal in beginsel niet meer dan één (veelal de eerste) voor ondersteuning in aanmerking kunnen komen. De reden daarvan is dat KIVI NIRIA streeft naar een zo’n breed mogelijke spreiding van zijn studiereisbijdragen over uiteenlopende technische vakgebieden.

Toetsingscriteria bij categorie 2 (recent afgestudeerde ingenieurs)

Het onder 1 gestelde geldt in grote lijnen ook voor pas afgestudeerde ingenieurs. Het accent op meerwaarde, ook voor de Nederlandse wetenschapsbeoefening/bedrijvigheid telt hier alleen extra. Uiteraard heeft zelfstandigheid bij afgestudeerde ingenieurs een zwaarder – en begeleiding een minder zwaar accent.

Bij het beoordelen van de kandidaat kan uiteraard worden teruggeblikt op het afstudeertraject en de kwaliteit van het afstudeerproject. Het onderwerp van de studiereis moet aansluiten bij het afstudeerwerk en de reis moet van korte duur zijn (max. 2 weken).

Toetsingscriteria bij categorie 3 (studenten die tijdens de eindstudiefase door bijzondere omstandigheden in financiële moeilijkheden terecht zijn gekomen)

Het gaat hier om studenten die buiten hun schuld in de eindfase van hun studie in financiële problemen zijn gekomen. De armslag die de commissie heeft (zie ‘middelen’) betekent in de praktijk dat alleen steun in de vorm van een tijdelijke overbrugging binnen de mogelijkheden ligt. Structurele financiering van verblijf- en studiekosten over een langere periode ligt ten ene male buiten het bereik van het fonds.