Column

Het leven is best mooi voor een ingenieur in Hongarije

Wauw, wat kan ik zeggen over Boedapest? De meest opvallende eigenschap van het Hongaarse volk is dat ze heel open en gastvrij zijn. Mijn overstap naar een nieuwe baan, een nieuwe stad en een niew land was verbazingwekkend gemakkelijk. In Hongarije voelde ik me gelijk op mijn gemak.

Hongarije heeft een kleurrijke geschiedenis. Waar de Hongaren in hun geschiedenis nog het meest trots op zijn, is niet hun machtige middeleeuws koninkrijk, en ook niet hun significante bijdrage aan de wetenschap. Het is simpelweg dat ze het als land overleefd hebben. Als je bedenkt dat ze drie bezettingen hebben doorstaan en hoe ze daardoor ethnisch en taalkundig geïsoleerd zijn geraakt, is dat gevoel wel te begrijpen.

Het is misschien ook vanwege de voor- en tegenspoed in de geschiedenis dat de Hongaarse nationale psyche ook heel dubbel is. Hongaren zijn gemiddeld heel vriendelijk en vrolijk. Ook kunnen de Hongaren heel goed geestelijk tegen een stootje. Tegelijkertijd kunnen ze ook ontzettend cynisch en ontevreden doen en klagen ze constant over hoe verschrikkelijk het is om in Hongarije te wonen. Een veelvoorkomende gezegde in Hongarije: „We vieren al huilend feest, en al feestend huilen we”.

Maar persoonlijk ben ik het niet eens met de negatieve kant van de Hongaarse psyche. De salarissen zijn dan wel een beetje aan de lage kant, en Boedapest is een beetje vuil en overbevolkt, maar aan de andere kant heeft het een heel mooi centrum, met veel groene parken, schitterende gebouwen, en meer dan genoeg uitgaansmogelijkheden. Buiten de stad is het landschap adembenemend mooi, met veel grote natuurgebieden van woud en bergen. Al met al is het leven best mooi voor een ingenieur in Hongarije.

Paul Gieske