Over inherente domheid nu en enthousiasme voor de
toekomst
Onverschrokken en enthousiast over de toekomst van de
maakindustrie in Nederland, dat is wat 7 Tweede Kamerleden vinden
van de 60 jonge professionals uit de industrie die op dinsdag 16
februari jl. naar de Tweede Kamer kwamen voor een ontmoeting met de
Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken. Het was Kamerlid
Sabine Uitslag opgevallen dat bij bedrijfsbezoeken de jongeren
andere verhalen over de toekomst van de maakindustrie vertellen dan
de CEO’s die 2 keer per jaar naar de Industriepoort
bijeenkomst in Den Haag komen.
Reden voor KIVI NIRIA en FME (beide partners in Industriepoort)
om een speciale bijeenkomst voor jonge professionals te
organiseren. In het hol van de Nederlandse Leeuw, de Tweede Kamer
zelf. En met succes, want in hoog tempo is een netwerk van Young
Professionals ontstaan. Uiteindelijk moesten er zelfs mensen worden
afgezegd omdat de groep te groot dreigde te worden voor een goede
discussie.
En die discussie kwam er. Gedeeltelijk was het een verkenning
van de politieke standpunten van de verschillende partijen, maar
ook confronterend voor de politici en jonge professionals.
Belangrijk punt is de slechte verhouding tussen industrie en
overheid. Vooral de deskundigheid van de overheid laat te wensen
over. Er worden uitgebreide rapportages over emissies verlangt,
maar is er wel iemand bij de overheid die begrijpt waar die over
gaan? Is het niet mogelijk om gezamenlijk met open vizier problemen
aan te pakken en samen te zoeken naar de meest efficiënte
oplossing, in plaats van een serie inefficiënte regels op te
leggen? Kamerleden gaven aan dat zij soms met lede ogen zien dat er
slecht beleid wordt gemaakt door de hoge tijdsdruk en de lobby voor
individuele belangen. Het werd de ‘inherente domheid van het
systeem’ genoemd.
Aan de andere kant riepen Kamerleden de jonge professionals ook
op om zelf maatschappelijk betrokken te raken als er zaken in het
land zijn die ze niet zinnen. En ze plaatsten de kanttekening dat
wij vaak en veel mokken over problemen die in andere landen als
triviaal worden gezien. In het buitenland gaan werken is daarom
niet altijd de beste oplossing. Over de verhoging van de AOW
leeftijd naar 67 wordt niet moeilijk gedaan. De meeste jonge
professionals denken dat die nog wel verder wordt opgevoerd. De
mogelijkheid van een deeltijdpensioen werd aangevoerd zodat je ook
na pensionering nog part-time actief kan blijven. Wel is het
opvallend dat jonge professionals als groep niet gehoord worden in
de discussie. Het lijkt een spelletje voor de 55-plussers.
Overnames en verplaatsing zijn schering en inslag in de
industrie. Dit heeft als voordeel dat je horizon verbreed kan
worden, maar als nadeel dat het werk voor Young Professionals
minder leuk wordt doordat de beslissingsbevoegdheid soms ver buiten
Nederland ligt. De zorg bij jongeren lijkt minder bij het behoud
van de eigen werkgelegenheid te liggen. Zolang de toegevoegde
waarde voldoende is blijft die wel en anders is het logisch dat het
werk wordt verplaatst. Het plezier in het werk is wel belangrijk en
dat wordt wel beïnvloed door overnames en door slechte
afstemming met de overheid die tot gevolg heeft dat je dom werk
moet doen.
Al met al zien de toekomstige leiders van de maakindustrie wel
degelijk toekomst zien in Nederland. Met veel plezier wordt er
gewerkt aan (duurzame) oplossingen voor de toekomst en dat wordt
met enthousiasme uitgedragen. Ook beweegt men zich soepel door de
mondiaal opererende bedrijven en helpt soms het moederbedrijf
duizenden kilometers verderop eindelijk eens een beslissing te
nemen. Want de jonge professionals zijn wat dat betreft echte
polderaars in de goede zin van dat woord. Ze praten veel, maar
zorgen ook dat er wat gebeurt. Nu nog wat meer overleg met de eigen
politiek. En daar is op 16 februari een goed begin mee gemaakt.