Verslag KIVI NIRIA Ondernemersdag Zwolle 18 november
2010
In een overvolle zaal heet dagvoorzitter Dirk van Oerle de
deelnemers aan deze Ondernemersdag te Zwolle welkom. Ruim 40
deelnemers waaronder veel studenten van voornamelijk Technische
Bedrijfskunde hebben de weg naar zaal 431 gevonden om meer te weten
te komen over ondernemerschap.
De eerste lezing door president van KIVI NIRIA Jan Dekker wordt
via een live stream vanuit Den Haag gevolgd.
Daarna was het tijd voor het eerste debat ‘Debat
'Ondernemerschap dankzij of ondanks het HBO'. Dirk introduceert de
panelleden: Chris Knol, voorzitter Alumnivereniging en adviseur bij
recruitmentbureau HAED; Gerben Schouten, directeur Schouten Sorting
Equipment B.V.; Anne-Jaap Deinum, Manager Operations bij Wilro
Advanced Technologies en Marcel Wolters, Sales Support manager
Wartsila.
De heren zijn allen afgestudeerd aan de Christelijke Hogeschool
Windesheim en al enige jaren werkzaam in het bedrijfsleven en
kunnen dus met recht ervaringsdeskundigen genoemd worden.
Uit de eerste debatronde komen de volgende tips en opmerkingen
naar voren voor het HBO:
Stelling 1: Het Hbo is een goede basis om een
onderneming te starten.
De algemene conclusie is dat het HBO een mooi visitekaartje is,
maar dat echt succes meer afhangt van de persoon dan van de
opleiding. Stimuleer studenten dus om meer uit zichzelf te willen
halen en leer studenten het principe ‘Think before you
act’.
Besteed een module of minor aan familiebedrijven; bij het overnemen
van het leiderschap van een familiebedrijf spelen andere zaken dan
het starten van een eigen onderneming.
Het HBO zorgt voor een brede basis aan vakken en kennis. Dat is
goed, maar kan nog beter. In de praktijk zijn er vele facetten aan
een functie.
Samenwerking is ‘key’. In de praktijk, maar ook tijdens
de opleiding.
Train de zgn. ‘helicopter view’, waarbij studenten
leren het overzicht te behouden.
Ook waren er enkele kritische noten, zoals de klacht dat sommige
studenten de hbo-titel niet echt waardig zijn; dat bepaalde
basisvaardigheden ontbreken. Er is vaak een verschil in kwaliteit
van stagiaires.
Stelling 2: Het volgen van een master is noodzakelijk om
een succesvol ondernemer te zijn.
De heren zijn allemaal afgestudeerd voor de echte introductie
van de bachelor-master structuur. Voor deze generatie is het
behalen van een mastertitel momenteel niet erg gewenst.
Ondernemerschap is voor hen de beste leerschool geweest en telt na
enkele jaren dat meer dan een titel. Ook is een masterstudie volgen
naast een fulltime baan of vol takenpakket van een ondernemer best
zwaar.
Chris zegt uit ervaring in het recruitersvak dat zowel bachelor-
als ook masterstudenten nog altijd goed aan de bak komen met de
juiste instelling. Echter, het niveau waarop je terecht komt in een
organisatie is anders. Een bachelor staat dichter bij de praktijk
en heeft dus logischerwijs een andere plek in de organisatie.
Voordeel van een masterstudie is volgens Gerben wel dat je meer
inzicht hebt de gedachtegang van partijen op verschillende niveaus
en je als gesprekspartner beter kunt aanpassen aan de ander.
Verder kan een masterstudie goed zijn voor het zelfvertrouwen. Als
ondernemer doe je veel op gevoel en dan is zelfvertrouwen erg
handig.
Stelling 3: Dit vak heb ik gemist op de
opleiding.
Chris zou graag meer aandacht in de opleiding zien voor de
beginselen van een MBA; het rekenen aan je organisatie
(financiële planning, forecasting en bijsturing) meer dan
alleen het maken van projectcalculaties. Kijk ook naar de kosten
van bedrijfsprocessen.
Gerben beaamt dit en geeft aan dat veel cases en voorbeelden vaak
over de grote jongens gaan in de markt, waarbij een radertje
uitgelicht wordt. In een MKB-bedrijf moet je het totale overzicht
ook kunnen bewaken en begrijpen.
Tip aan de opleiding: Neem meer cases over en bedrijfsbezoeken aan
MKB-bedrijven op in het lesprogramma.
Marcel miste vooral hoe je een ‘product kunt omzetten naar
euro’s’ in de opleiding. Er mag wat hem betreft meer
aandacht worden besteed aan commerciële vaardigheden; het
‘verkoopspel’ en leren luisteren naar je klant. Aan de
werkgeverskant mist hij vaak analytisch vermogen bij studenten en
basisvaardigheden in Excel en Access.
Verder is de opleiding goed in losse vakken, maar ligt er een
kans in de combinatie daarvan in bijv. een langlopende case met
meerdere aspecten uitgevoerd door studenten uit meerdere
disciplines of een minor over het starten en runnen van een eigen
bedrijf. Studenten leren zo de basis van andere disciplines en
begrip daarvoor op te brengen, maar ook samenwerken, helicopter
view en dat het belangrijk is goede mensen om je heen te verzamelen
als ondernemer die de taken uitvoeren waar jij niet zo sterk in
bent.
Dirk vraagt de ondernemers “Ben je na je hbo nou
klaar?”
Alle heren zijn hier duidelijk over: je bent nooit uitgeleerd. Sta
open voor nieuwe ontwikkelingen en ontwikkel jezelf ook.
Stelling 4: Aan dit vak heb ik het meest gehad als
ondernemer.
Stelling 5: Dit was wel de grootste onzin die ik tijdens mijn
studie gehoord heb.
Weinig reactie, dus vraagt Dirk “Welk vak vond je niet
relevant?”
Marcel vond het vak ‘verandermanagement’ tijdens zijn
studie niet de inhoud hebben die je bij
‘verandermanagement’ mag verwachten en te ver van de
praktijk. Gerben merkt op dat verandermanagement in de praktijk
lastig is en dat aandacht hiervoor tijdens de studie belangrijk is,
maar dan wel goed inhoudelijk gegeven en met links naar de
praktijk.
Stelling 6: Mijn netwerk is het meest waardevolle dat ik
aan mijn studie heb overgehouden.
De heren hebben aan hun studietijd wel contacten overgehouden,
maar vooral in de privé-sfeer. Al kun je met je beste
vrienden ook goed sparren over zakelijke uitdagingen, dus op die
manier heb je dan toch wat aan je netwerk zakelijk gezien. Marcel
vindt het jammer dat hij dat deel van zijn netwerk niet heeft
bijgehouden. Hij ziet nu wel het belang daarvan in.
Vraag uit de zaal: wat vinden de heren van digitale
netwerken?
Chris benadrukt dat een actief CV op bijv. LinkedIn goed bij kan
dragen aan het positieve beeld van een persoon. Het geeft een
actiever beeld, dan een statisch CV dat een keer in Word is
opgesteld. Ook benadrukt Chris dat er een groot verschil is tussen
zakelijke networks als LinkedIn die nuttig zijn voor je
carrière en social networks als Hyves, waarmee je
voorzichtig moet omgaan, zeker als je je als student net op de
stage/arbeidsmarkt begeeft.
Het MKB heeft LinkedIn als recruitmentmiddel over kandidaten nog
niet zo ontdekt, maar grote bedrijven en consultancy en recruitment
bureaus des te meer.
Het merendeel van de studenten geeft aan wel op Hyves of Facebook
actief te zijn maar niet op LinkdIn. Hier ligt dus nog een kans
voor hen.
Toch denkt het merendeel van de zaal dat netwerken toch voor een
face-to-face activiteit zal blijven, ondersteund door digitale
netwerken.
Uit onderzoek is gebleken dat tegenwoordig circa 70% van de
vacatures wordt ingevuld via netwerken. Marcel geeft voorbeeld
bijna 80 sollicitatiebrieven gestuurd om aan een internationale
stage te komen, geen respons. Maar buurman kende toevallig de CEO
bij een grote onderneming met buitenlands vestigingen en de stage
kon beginnen.
Tip van Gerben: besteed wel aandacht aan je brief en CV, ook al kom
je via een kruiwagen binnen. Een brief of CV vol spelfouten maakt
nog steeds veel kapot.
Chris geeft verder nog aan dat via netwerken ook veel latent
werkzoekenden bereikt worden en dat is handig voor zowel een
ondernemer voor wie adverteren duur is met een beperkt bereik als
ook voor (young) professionals die zo wellicht een mooie
carrièrestap kunnen maken. Een vacature wordt vaak niet eens
gepubliceerd, maar wordt via het netwerk ingevuld.
Debat 2 ‘Duurzaam ondernemen een roeping of een
kans’
Wat verstaan we onder ‘duurzaam ondernemen’?
Enkele reacties uit de zaal zijn: wereld leefbaar houden, kansen
creëren voor minder bedeelde medemens, innovatief ontwerpen,
afvalstromen beperken, geldbesparing.
Stelling 1: Duurzaam ondernemen is uitsluitend de hobby
van het onderwijs en de politiek.
Marcel merkt op dat er vanuit de maatschappij een steeds grotere
druk is voor een vervuilend bedrijf als Wärtsilä om
duurzamer te worden en het bedrijf geeft daar ook zeker gehoor aan.
Echter, ook niet alle klanten zijn daar klaar voor en kiezen toch
vaak voor een goedkopere doch minder duurzame oplossing. Om dit tij
te keren pleit Marcel voor juist meer sturing uit de
politiek.
Toch is er ook wel degelijk bij bepaalde klanten de wil om voor
duurzaamheid meer te betalen, merkt iemand van DHV uit de zaal op.
DHV en steeds meer bedrijven hanteren de 4P’s (People,
Planet, Profit en Prophecy) in bedrijfsfilosofie en
marketingstrategie.
Dirk vraagt de zaal hoe je er nu voor kan zorgen dat duurzaam
ondernemen echt iets van iedereen wordt?
Volgens Frank van Oostrum heeft het onderwijs hierin een
belangrijke rol te vervullen door zoveel als financieel en
praktisch haalbaar is, aandacht te besteden aan duurzaamheid. Uit
de zaal komt de opmerking dat ook milieuorganisaties als Greenpeace
een rol in bewustwording van mensen kunnen spelen en ook zeker de
grote organisaties onder druk kunnen zetten duurzamer te
produceren, zoals Greenpeace nu doet met Nestle en haar
palmoliepraktijken en eerder met Unilever.
Stelling 2: Duurzaam ondernemen ondermijnt onze
concurrentiepositie.
Stelling 3: Duurzaam ondernemen geeft een innovatieve
impuls.
Dit ligt ook sterk aan de marktpositionering vindt de zaal.
Marcel merkt op dat er ook sprake is van een marktvoordeel. Zeker
bij landen in Azië die nu nog niet zo bezig zijn met dit
thema, maar in de toekomst ook niet meer eromheen kunnen. Dan
hebben wij ineens een voorsprong en een afzetmarkt erbij.
Helaas kan het ook gebeuren dat de markt nog niet klaar is voor
bepaalde innovaties en dat producten daardoor in de vergetelheid
raken en niet opbrengen wat verwacht werd.
Gelukkig zijn er veel subsidies beschikbaar voor duurzame
ontwikkelingen. Zo kan een bedrijf ook de financiële
risico’s afdekken en duurzamer worden.
Chris benadrukt dat er met duurzaam ondernemen geld te besparen of
te verdienen is. Hij verwijst naar eerdergenoemde
voorbeelden.
Volgens Anne-Jaap zou het boek van Eliyahu Goldratt over zijn
Theory of Constraints voor elke ondernemer / student verplichte
kost moeten zijn.
Stelling 4: Deze hype gaat vanzelf wel weer over, de
volgende is ……..
Het thema ‘duurzaamheid’ verovert een steeds
belangrijkere plaats in onze samenleving. Sommige doorbraken op dit
vlak zijn kleinschalig, maar wel belangrijk zoals het afschaffen
van de gloeilamp en nu het aanpakken van de energieverslindende
standby-stand op elektrische apparaten. Ook is er vaak dubbel
voordeel te behalen: de testbanken van Wärtsilä verwarmen
momenteel het stadhuis van Zwolle; een echte win-win-situatie voor
producent, gemeente en milieu.
Een student merkt op dat duurzaamheid slechts een meer
omvattende naam is voor een hype die al jarenlang aanwezig was en
aandacht had, namelijk zure regen.
Stelling 5: Ik moet de eerste duurzame ondernemer nog
tegenkomen.
Als je alle aspecten van duurzaam ondernemen in 1 bedrijf zoekt,
dan bestaat dé duurzame onderneming niet. Echter, elk
bedrijf kan op duurzaamheidgebied wel haar steentje bijdragen.
Lezing prof.ir. Theo Poiesz - Duurzaam ondernemen doe je
samen
Theo Poiesz is professor aan de Fachhochschule in Osnabrück
en lector geweest bij Hogeschool Windesheim. Op deze hogeschool
heeft hij als kwartiermaker het lectoraat kunststoftechnologie op
poten gezet. Ook heeft hij een groot project opgezet om de
samenwerking van de hogeschool met de bedrijven in de regio te
verbeteren. Deze samenwerking van hogeschool en bedrijven onderling
is belangrijk om de efficiëntie te verhogen en energie en
materiaal te besparen.