KIVI NIRIA heeft op 30 maart 2010 samen met haar Duitse
zusterverenging VDI gesproken met de voorzitter van de EU commissie
‘DG Internal Market and Services’. Doel van het gesprek
was om de EU te informeren over het invoeren van de professional
card voor ingenieurs. Duitsland en Nederland willen hiermee binnen
niet al te lange tijd beginnen. Deze kaart, met gevalideerde
info over opleiding, en werkervaring, moet ervoor zorgen dat
ingenieurs mobieler worden op de Europese arbeidsmarkt. De
voorzitter van de commissie reageerde enthousiast op het
voorgelegde idee.
Al een aantal jaren wordt er binnen FEANI, de Europese
vereniging van nationale ingenieursverenigingen, een discussie
gevoerd over de invoering van een ingenieurskaart. De
ingenieurskaart moet er voor zorgen dat de identiteit en mobiliteit
van en voor ingenieurs binnen Europa groter wordt. In Nederland is
de ingenieursprofessie niet gereguleerd, dit in tegenstelling tot
de zuidelijke Europese landen. Zij hebben vaak nog eigen
aanvullende eisen en laten niet iedereen toe. Als je als
Nederlandse ingenieur bijvoorbeeld voor Shell wordt uitgezonden
levert dat geen problemen op, maar als je als zelfstandige ergens
aan de slag wilt wel. Met een ingenieurskaart kun je als individu
laten zien welke opleiding en ervaring je in je bagage hebt. Deze
informatie is gevalideerd en kent bijvoorbeeld minimumeisen voor de
opleiding. Dit moet gaan zorgen voor een gemakkelijkere erkenning.
Het geeft echter niet direct recht van werken in bepaalde
landen. Op termijn zullen de nationale regelgevingen, hopelijk ook
door druk van de ingenieurskaart, verdwijnen. Ook binnen het eigen
land heeft de ingenieurskaart waarde. De ingenieur kan met zijn
kaart direct laten zien dat zijn informatie over opleiding en
werkervaring gevalideerd is. Sinds de invoering van de
bachelor en mastergraden is het niet direct duidelijk of iemand een
ingenieursdiploma heeft. Ook een economische opleiding geeft
bijvoorbeeld recht op de MSc graad. De ingenieurskaart geeft wel
aan dat je opleiding een ingenieursopleiding is.
Daar de discussie binnen Europa bemoeilijkt wordt door landen
die hun nationale systeem in gevaar zien komen, willen Duistland en
Nederland niet wachten en beginnen zelf met de invoering. Andere
landen zullen volgen.
Daarnaast zijn er een aantal beroepsgroepen binnen de
ingenieursprofessie die nog een stap verder willen gaan en criteria
willen ontwikkelen waaraan je moet voldoen als professional. KIVI
NIRIA is met een aantal partijen, waaronder NLingenieurs, in
gesprek om een ingenieursregister op te starten. Met een
registerkwalificatie kunnen werknemers en werkgevers zich
profileren op kwaliteit. Belangrijk onderdeel van het register
wordt het aspect ‘permanente educatie'. De bedoeling is om
met relevante grote partijen ‘vanuit de technische sector een
organisatie op te richten die uitvoering gaat geven aan het
ingenieursregister'. KIVI NIRIA vervult hierin, als onafhankelijk
platform, een voortrekkersrol.
Waar de ingenieurskaart dus alleen maar gevalideerde informatie
weergeeft, gaat een register verder met het stellen van eisen op
gebied van werkervaring en bij- en nascholing. De komende maanden
zullen gebruikt worden om de bovenstaande initiatieven uit te
werken zodat er in 2011 kan worden gestart met een
geïntegreerd systeem waarmee ingenieurs zichzelf kunnen
profileren.
Bouke Bosgraaf