Column

Werken en leven in Maleisië

Begin 1996 vroeg mijn toenmalige werkgever in Nederland, Standard Fasel Lentjes, of ik zin had om een tot twee jaar naar Kuala Lumpur in Maleisië te gaan. Ik moest daar een local office opzetten. Mijn vrouw had ook een goede baan die ze op zou moeten zeggen, maar we twijfelden geen moment. Zo begonnen wij op 1 mei 1996 aan ons leven als expats. Nu veertien jaar later, wonen we nog steeds in Maleisië. Ik ben inmiddels directeur van Victor Buyck Maleisië, mijn vrouw werkt ook hier en we hebben twee prachtige kinderen.

De afgelopen jaren hebben we veel andere expats zien komen en gaan. Soms stel ik mezelf de vraag. Is Maleisië interessant genoeg om daar na 14 jaar nog steeds met plezier te werken en wonen? Dan kan ik alleen maar denken: ja, maar... Hoewel het een ideaal land is om te wonen, is werken heel anders dan in Nederland. Dit is grotendeels te wijten aan de grote cultuurverschillen.

Zo moet als Nederlander in Maleisië met een paar zaken heel goed rekening houden: 

Directheid: wij Nederlanders zijn gewend het duidelijk te laten weten als we het ergens niet mee eens zijn, het niet begrijpen of als we vragen hebben. Of dit nu tijdens college is of in een gesprek, je vraagt gewoon of spreekt je mening uit. Hier is dit absoluut niet gebruikelijk. Een werknemer zal het dus nooit zeggen als hij instructies niet begrijpt of niet uit kan voeren. Ook een klant vertellen dat zijn idee niet goed is, kan niet (hier spreekt ook gezichtsverlies een grote rol). Eens had ik een discussie met een engineer van een opdrachtgever. Zijn berekening klopte niet; hij had een dubbele veiligheidsfactor genomen, hetgeen ons nogal wat extra manuren kostte. Ik vertelde hem: “We discovered an error in your calculation”. Na dagen discussie was de conclusie: “I am the client and approving engineer; you do as I say”. Nu zou ik hem voor een lunch uitnodigen en ‘advies’ vragen en zeker het probleem zo uit de wereld helpen.

Taal: hoewel in Maleisië bijna iedereen goed Engels spreekt, blijken sommige woorden toch andere betekenissen te hebben dan wij gewend zijn. Zo kan 'yes' hier werkelijk alles betekenen. Van: ik hoor je praten, tot: we hebben een deal. Met 'no' is ook iets raars aan de hand. We hebben hier geleerd om dat niet te accepteren, omdat mensen hier vaak 'no' zeggen om ergens vanaf te zijn. Mijn vrouw is eens achter een toonbank gelopen om een artikel uit het schap te pakken, waarvan de winkelmedewerker bij hoog en bij laag beweerde het niet te hebben.

Sparringpartners: die heb je hier als baas simpelweg niet. Mensen zullen nooit hun werkelijke mening geven. Ik heb dit het Guru-principe gedoopt. Een baas, leraar of ouder spreek je niet tegen. Leuk als je lesgeeft, maar waardeloos als je een brainstormsessie met je managers probeert te houden.

Vakantie: zoals wij dat in Nederland kennen, waarbij je een week of twee à drie vrij kunt nemen, bestaat hier niet. Iedereen gaat hier een lang weekend weg tot maximaal een week. Maar dat komt natuurlijk ook doordat het hier iedere dag goed weer is en veel tropische bestemmingen binnen 3 uur te bereiken zijn.

Ik werk nu al 12 jaar voor dezelfde werkgever. Op papier lijkt dat lang, maar het werk is zeer afwisselend met iedere keer weer zeer uitdagende projecten. We richten ons meer en meer op omringende landen en het Midden-Oosten. Een van de echt interessante projecten die we onlangs afgerond hebben is het Sidra project voor Qatar Foundation. Dit project bestaat uit twee bomen van staal met een totaal gewicht van 9000 ton. Voor het grootste deel in Maleisië gefabriceerd en met een Maleisische crew in elkaar gezet in Qatar. Naast de enorme technische uitdaging was werken in het Midden-Oosten weer een heel andere ervaring. Hier kwam de in Maleisië opgedane ervaring met het werken in een islamitische cultuur zeer goed van pas! Ook kijk ik nu heel anders naar flatgebouwen in Nederland waar in de trappenhuizen schoenen voor de deur staan. Vroeger keek ik ernaar en dacht raar die buitenlanders. Nu vraag ik Nederlandse gasten niet te vergeten om schoenen bij de voordeur uit te doen... 

Berjumpa Lagi!

Aat van der Horst

Vorige

 

Het Sidra project voor de Qatar Foundation

De Sidra tree is het embleem van Qatar Foundation, een opleidings- en researchinstituut in Qatar. Victor Buyck was verantwoordelijk voor de twee bomen van staal die een 250 x 30 x 22 meter hoog dak ondersteunen. Bomen en dak vormen de ingangsstructuur voor een conventiecentrum. De opdracht aan Victor Buyck was om van een 3D autocad vector model een, zoals de architect het noemde, ‘honest steel structure’ te maken. Dit doel is bereikt door een octagonale stalen kern voor de bomen te ontwikkelen met daaromheen op steunen een mantel van 6mm dikke stalen huidplaten. Het dak is een redelijk conventionele structuur van samengestelde liggers met als bijzonderheid de toepassing van Macalloy bars om de grootste krachten op te vangen. 

De detail engineering en fabricage van de structuur en de huid zijn in Maleisië gedaan. Het vormen van honderden huidplaten in korte tijd was een grote uitdaging; hiervoor heeft Victor Buyck zelf een speciale machine moeten ontwikkelen. Het maken van de zadelvormen was onmogelijk in de Victor Buyck fabriek en deze zijn dus door Centraalstaal, een Nederlands bedrijf gemaakt. Alles is zo ontworpen dat het in een container pastte en op site door de Maleisische crew met bouten samengesteld kon worden. Om de vorm van de huid te ontwikkelen en de structuur door te rekenen zijn Engelse specialisten (bureau Happold) ingehuurd.